
Geen koersen ... dan heb je als renner tijd om na te denken en dat deed ook Robbe Buls. Hij stelde volgende open brief op ....
Ik had graag een voorstel gedaan omtrent de organisatie van jeugdwedstrijden. Het is misschien wat verregaand, maar ik denk dat het op vele vlakken een verbetering is. Ik gooi het gewoon op tafel .......
Ik merk dat er de laatste tijd veel meer valpartijen zijn dan voorheen. Ik weet niet of er officiële cijfers van bestaan, maar ik merk toch dat er meer gevallen wordt dan vorige seizoenen. Dat heeft er volgens mij enerzijds mee te maken dat alle renners na zoveel maanden zeer hevig staan om weer te koersen en daarom nogal risicovol door het peloton rijden. Daar lijkt me moeilijk iets aan te doen, omdat er een gedragsverandering nodig is. Maar een andere belangrijke factor is dat er steeds 150 renners starten op een parcours dat slecht geschikt is voor een man of 70. De straten waarover gekoerst wordt zijn veel te smal voor zo’n groot peloton. En dat levert valpartijen op.
Sowieso moet gezegd worden dat sommige parcoursen zelfs voor een beperkt peloton levensgevaarlijk zijn. Overlaatst was ik op een wedstrijd die over een halve weg liep. In het midden van die weg waren kegeltjes opgesteld en het was de bedoeling om rechts van de kegels te blijven. Maar zoals u vermoedelijk wel weet, wordt er in een peloton gewrongen en geduwd dat het een lieve lust is. Binnen de kegels blijven is dan ook onmogelijk. Maar uit de andere zin komen wagens gereden. Dat maakt het levensgevaarlijk. In diezelfde wedstrijd was er een afdaling die deels in kasseien lag. Ik vraag mij dan af of er niemand van de wielerbond dat parcours heeft nagekeken en dan heeft opgemerkt dat zoiets levensgevaarlijk is. Ik heb de laatste jaren al veel te veel mijn helm van mij hoofd moeten halen voor de start. Daar moet dringend iets aan gedaan worden.
Maar naast de veiligheid in koers zou ik ook nog een ander probleem op tafel willen leggen. Zoals u weet rijden alle renners van eenzelfde categorie samen in 1 wedstrijd. Dat betekent dus dat de beste (Belgische) renners in dezelfde koers zitten met de minst goede renners. Dat maakt dat er heel wat renners een hele week hard trainen, op hun eten letten … en dan ’s zondags naar de wedstrijd afzakken, soms een heel eindje van hun woonplaats vandaan, om daar dan één à twee ronden mee te kunnen rijden. Op die manier haken veel jonge renners af, want zo koersen is natuurlijk niet plezant. Ook voor de betere renners is er een probleem. Wanneer ze achter een mindere renner hangen, en die moet lossen, moeten zij dat gat natuurlijk dichten.
Ik stel voor om de categorieën van de nieuwelingen en de junioren in te delen in twee reeksen. In andere sporten (voetbal, volleybal, basketbal …) worden de categorieën ook opgedeeld in verschillende niveaus. In het voetbal speelt men op gewestelijk, provinciaal, Vlaams en Belgisch niveau. En zo heeft iedereen er plezier in om zijn/haar hobby uit te oefenen. Iedereen kan op zijn/haar niveau meedoen, zonder onder te liggen. In het tennis gebruikt men een puntensysteem. Afhankelijk van het aantal gewonnen wedstrijden en het niveau van de tegenstanders, krijgt iedere speler aan het begin van het volgende seizoen een aantal punten toebedeeld. En dan kan hij/zij dat seizoen meedoen in toernooien met allemaal spelers die rond hetzelfde puntenaantal zitten.
Dat puntensysteem lijkt me in het wielrennen ook van pas te kunnen komen. De mindere renners, laat ons dat de B-reeks noemen, starten bijvoorbeeld om 13 uur. En dan kan de A-reeks (met de betere renners) bijvoorbeeld om 15 of 16 uur van start gaan. Bij het begin van iedere maand kunnen er voor de jeugdwedstrijden dan nieuwe punten worden bepaald. Zo houden we ook rekening met blessures e.d. Als een renner uit blessure terugkomt of in minder vorm verkeert, bestaat de kans dat hij/zij in de B-reeks terecht komt. Maar door een maand goede uitslagen te halen in die B-reeks, kan hij/zij de volgende maand weerom starten in de A-reeks. Voor interclubs of andere grote wedstrijden zou ik die indeling niet maken. Daar beslist de ploegleiding immers welke renners er mogen deelnemen voor zijn/haar club. Dit systeem lost vele problemen op. Zo zullen er iedere wedstrijd minder renners aan de start staan, wat het sowieso al veiliger maakt. Daarnaast zullen ook de ‘mindere goden’ plezier kunnen halen uit hun sport. Op die manier zullen ook minder renners afhaken, wat de dalende rennersaantallen zal beperken. En de betere renners zullen niet meer achter de mindere renners verzeild geraken. Een bijkomend voordeel voor de organisator is dan hij nu twee wedstrijden moet organiseren, wat de consumptie aan de aankomst zal verhogen.
Een ander voordeel is dat het dameswielrennen een boost zal krijgen. België is hét wielerland bij uitstek. En daarom is het schandalig dat ons vrouwenwielrennen op zo’n laag pitje staat. Ik las dat u met ‘Zij aan Zij’ probeert het dameswielrennen te promoten. Dat is goed, maar met een artikeltje in uw ledenblad en een reportage in het journaal zal het niet gebeuren. Door het beperkt aantal wedstrijden voor dames nieuwelingen en junioren moeten de meisjes nu vaak meedoen in de wedstrijden van de jongens. Zelfs de beste dames zullen daar vaak vroegtijdig moeten lossen, samen met de minder sterke jongens. Ook die dames haken af, en daarom is het Belgische vrouwenwielrennen van zo’n abominabel niveau. Maar als de meisjes zouden kunnen starten in de B-reeks, dan kunnen ze misschien wel volgen. Het lijkt me dat er dan minder meisjes zouden stoppen met koersen. Als er meer meisjes blijven koersen, zal het op den duur aantrekkelijker worden voor organisatoren om wedstrijden voor de dames jeugd te organiseren.
Ik begrijp dat het een drastische verandering in het wielrennen zou betekenen, maar het lijkt me echt wel heel veel voordelen te hebben. Het is nu het ideale moment om eens te experimenteren en nieuwe pistes op te zoeken. Laat de coronacrisis een springplank zijn om het wielrennen een nieuw elan te geven. Het jeugdwielrennen zit toch een beetje in het slop: minder wedstrijden, minder ploegen, minder renners. Ik ben er zeker van dat deze verandering het tij kan keren. Ik hoor bij renners en ploegleiders veel gewilligheid om een deftige verandering door te voeren. Daarom moet u steeds renners, ploegleiders, ouders en organisatoren raadplegen bij de veranderingen die u doorvoert. Zeker op het vlak van veiligheid zijn wij bereid tot medewerking.